“Geweven door de wind” in Stedelijk Museum aan de Melkmarkt in Zwolle (deel 2)

Het geweven doek heeft mijn aandacht. Ik wordt getriggerd door dit duidelijke weefsel. Een plat binding. In het weefraam is dat 1 op en 1 neer. Een weefsel dat eenvoudig in elkaar kan maar ook eenvoudig weer uit elkaar. Het is duidelijk herkenbaar.

Ik herinner me de weefkaart, vroeger van school. Een rij met draden waarin je van links naar rechts 1 op en 1 neer, een draad doorheen moet doen. En dan het zelfde, maar dan van rechts naar links. Ik herinner me mijn irritatie omdat dit weef werkje nooit recht bleef. In het midden was dit weefsel altijd smaller als aan het begin of het eind. Toen vroeg ik me niet af hoe dit nu toch kwam. Nu weet ik dat dit komt doordat ik te strak aan de inslag draad (die van links naar rechts en van rechts naar links gaat) heb getrokken. De schering draden worden daardoor naar elkaar toe getrokken. Door dat steeds te strak aan te trekken (het is ook schering en inslag!) werd mijn werkje smaller.

Zou ik ook van deze eigenschap gebruik kunnen maken? Kan ik ook, door de draden strakker aan te trekken rondom een lichaam kunnen weven? Proberen op het halve schaal popje.

Een lieve cursist, een kei op het weefgetouw, leert me dat een weefsel de meeste samenhang krijgt door het aanslaan van de inslag draden. De “kracht” waarmee de inslagdraad aangedrukt wordt. OK, strak werk leveren daar waar het kan en nodig is. Daar moeten de draden zich wel voor lenen. Daarom eens goed nadenken waar mijn draden uit gaan bestaan.

1 op 1 neer

1 op 1 neer

Herinnering

Herinnering